Skip to content

GCP voor Klinische Laboratoria

16 juni 2011

gcp

Klinische laboratoria vormen een belangrijke schakel in het aanleveren van veiligheidsgegevens en daarmee voor het vaststellen van de kritische eindpunten voor veiligheid en effectiviteit die door middel van het onderzoek worden bepaald. Wel bijzonder is dan dat de ICH E6 Good Clinical Practice (GCP) richtlijn geen eisen bevat waaraan klinische laboratoria moeten voldoen. In GCP wordt alleen aangegeven dat het een verantwoordelijkheid van de monitor is om te verifiëren of de laboratoria beschikken over geschikte apparatuur en staf om het onderzoek veilig en naar behoren uit te voeren (sectie 5.18.4b). Maar hoe moet de monitor klinische laboratoria beoordelen op naleving van GCP, als de richtlijn zelf hier niets over zegt?

Kwaliteitssysteem basis van vertrouwen
Het hebben van een geaccrediteerd kwaliteitssysteem kan een belangrijke bron van vertrouwen in de kwaliteitsborging van het laboratorium zijn. De meeste medische laboratoria in Nederland hebben hun kwaliteitssysteem ingericht volgens de 4e CCKL Praktijkrichtlijn. Hiermee is hun kwaliteit en bijdrage aan de patiëntenzorg op goede wijze geborgd. Maar de 4e CCKL Praktijkrichtlijn is niet internationaal erkend en veel sponsors komen toch van buiten onze landsgrenzen. Om beter in te spelen op dit internationale niveau, stappen medische laboratoria over naar de internationale norm ISO 15189 Medische laboratoria – bijzondere eisen voor kwaliteit en competentie. Certificering volgens ISO 15189 betekent dat de resultaten van het laboratorium wereldwijd worden (h)erkend. De 4e CCKL praktijkrichtlijn (PRL) is overigens gebaseerd op ISO15189:2003, en daarmee is eigenlijk de noodzaak voor een nationale praktijkrichtlijn komen te vervallen. De aanpassingen in de laatste revisie ISO 15189:2007 zijn voornamelijk redactioneel geweest en hebben niet geleid tot een herziening van de CCKL PRL. Op dit moment is de concept versie ISO/DIS 15189:2011 in beoordeling. Publicatie van de definitieve norm wordt in 2012 verwacht. Er wordt voorzien in een Nederlandse vertaling, die de CCKL PRL zal vervangen.

Goede laboratorium praktijken
Dat een laboratorium CCKL of ISO 15189 geaccrediteerd is betekent nog niet dat zij ervaring hebben met klinisch onderzoek. Klinisch onderzoek stelt een aantal aanvullende eisen ten aanzien van de uitvoering van het laboratoriumonderzoek. Denk bijvoorbeeld aan de beschikking over een toestemmingsverklaring en het behoud van de blindering. Omdat de GCP richtlijnen hiervoor geen uitsluitsel bieden, volgen bio-analytische laboratoria de Good Laboratory Practice (GLP) richtlijnen. Alhoewel het laboratoriumonderzoek als onderdeel van een klinische studie buiten de reikwijdte van deze richtlijnen vallen, biedt ze duidelijke aanwijzingen voor het analyseren van de studiemonsters en het valideren van de testmethoden. Met name waar het gaat om farmacokinetische of farmacodynamische onderzoek.

Goede klinische laboratorium praktijken
Maar voor de medische laboratoria betrokken bij de veiligheidsanalyses (biochemie, hematologie, urine analyse, serologie, etc) gaat de GLP richtlijn toch iets te ver. Met name waar er geen sprake is van ontwikkeling van eigen analysemethodes, maar eerder het implementeren van commercieel verkrijgbare testmethodes. Een aantal instanties heeft daarom het klinische laboratoriumdilemma opgelost door middel van het ontwikkelen van een nieuw richtlijn: “GCLP” (goede klinische laboratoriumpraktijk). Er zijn meerdere richtlijnen:

Harmonisatie en internationale erkenning heeft nog niet plaatsgevonden. Men kan zich ook niet laten accrediteren op deze richtlijn.

Zien is geloven
Dus uiteindelijk zal de monitor of auditor het laboratorium moeten bezoeken om te bepalen of het laboratorium geschikt is om de toegewezen taken naar behoren uit te voeren. Allereerst zal een algemene kwaliteitsbeoordeling moeten plaatsvinden, waarbij bovengenoemde richtlijnen als criterium uitermate van pas komen. Gebruikelijk is het om daarbij de route die het monster door het laboratorium volgt (chain of custody) na te lopen. De beheersing van de gebruikte middelen en methoden zal moeten worden vastgesteld. Tevens zal moeten worden vastgesteld of er “kwaliteitsbeheersing in elk stadium van de gegevensbehandeling“ is (ICH E6 Sectie 5.1.3). Daarnaast zal een protocol specifieke beoordeling nodig zijn. Het laboratorium moet de analyses kunnen uitvoeren die door het protocol worden vereist: dat wil zeggen de monsters op de aangewezen manier behandelen en analyseren. De noodzaak voor deze laatste beoordeling zal dus bij elk nieuw protocol opnieuw moeten worden bepaald. Natuurlijk is een periodieke herhaling van een monitorbezoek / audit ook geen overbodige luxe.
Een handig document voor de audit is het GCP Inspectieprogramma voor Klinische Laboratoria (Bijlage II) van het Agentschap van Europese Geneesmiddelen (EMA).

Kortom
Het beoordelen van klinische laboratoria in het kader van klinisch onderzoek is door het ontbreken van eenduidige erkende normen niet eenvoudig. De monitor zal dus uiteindelijk met behulp van de beschikbare documenten moeten vaststellen of het laboratorium over een geschikt kwaliteitssysteem, methodes, middelen en medewerkers beschikt die betrouwbare studieresultaten waarborgen.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: