Skip to content

HACCP en de machinerichtlijn

29 november 2011

gmp
De Europese wetgeving vereist dat hanteren, voorbereiden, verwerken en verpakken van voedsel hygiënisch dient te gebeuren met hygiënische apparatuur in hygiënische omgeving (volgens de richtlijnen voedselhygiëne (EG/852/2004, EG/853/2004 en EG/854/2004), de machinerichtlijn (2006/42/EG), richtlijnen microbiele criteria lvenesmiddelen (EG/2073/2005 en EG/1441/2007) en de richtlijn over materialen in contact met voedsel (EG/1935/2004)).

De bouwers en gebruikers van machines en bedrijfsruimten zijn verantwoordelijk voor het toepassen van deze regels. We spreken hierbij van hygiënisch of sanitair ontwerpen.

In de Machinerichtlijn staat in de eerste plaats de mechanische en elektrische veiligheid van de machine voor de gebruikers centraal. Aan het product dat er uiteindelijk mee gemaakt moet worden, is niet gedacht. HACCP is een systematiek voor de identificatie van gevaren voor de voedselveiligheid en het beheersen van deze risico’s door het nemen van maatregelen die elk gevaar bij de consument voorkomen of reduceren tot een aanvaardbaar niveau.

Sanitair ontwerpen
Ten eerste moet je een keuze maken uit de toegelaten materialen. In de warenwet worden bijvoorbeeld metalen en metaallegeringen genoemd die zijn toegestaan bij de verwerking of verpakking van levensmiddelen. Als constructiedelen met elkaar moeten worden verbonden, moeten ook de materialen die bij de verbinding worden gebruikt onder de loep worden genomen. Denk hierbij aan geschikte lasmaterialen, rubbers en smeermiddelen.

Ten tweede dienen de machines zodanig zijn geconstrueerd, dat zij grondig schoon gehouden kunnen worden en desnoods ontsmet. Een goed voorbeeld hiervan is het voorkomen van dode hoeken in het ontwerp van apparatuur. In dode hoeken kunnen immers productresten achterblijven die door microbiologisch bederf een voedselveiligheids- en kwaliteitsrisico betekenen.

Ten derde moet ook aandacht worden besteed aan de directe omgeving van de machines. Worden er bepaalde stoffen uitgestoten of strekt de spatzone zich uit tot de naaste omgeving of machine? In elk geval moet de fabrikant alle maatregelen nemen om kruisbesmetting te voorkomen. Ook moet de omgeving reinigbaar zijn om besmetting van de installatie of het product vanuit de omgeving te beperken. De omgeving moet ook ongediertewerend worden geconstrueerd.

Historie
Vóór 1970 was productieapparatuur weinig hygiënisch. Men besteedde relatief weinig aandacht aan het voorkomen van besmettingen en ophoping van vervuiling. Men hierdoor veel tijd kwijt aan het reinigen van de productie-installaties. Ook was de kans dat besmet voedsel op de markt kwam aanmerkelijk groter.

Vanaf 1970 zag men in dat santitair ontwerpen noodzakelijk was om over installaties te beschikken die gedurende langere tijd kunnen produceren zonder de noodzakelijke reinigingsbeurt. In een aantal landen werden standaarden voor het hygiënisch ontwerpen van procesapparatuur ontwikkeld. In de Verenigde Staten was de 3-A de koploper. In Europa resulteerde dit in de oprichting van de European Hygienic Engineering & Design Group (EHEDG). Bij de eerste aanzetten tot de Europese machinerichtlijn in 1984 vatte een werkgroep het idee op om zich te buigen over het ontwikkelen en standaardiseren van testmethodes die de hygiënische eigenschappen van apparatuur voor de voedingsmiddelenindustrie kon vaststellen. Het idee ontstond in 1984 tijdens een door de Society of Dairy Technology georganiseerd zuivelcongres in Hyte, Engeland. De Camden Food & Drinks Research Association stelde toen voor een groep op te richten naar aanleiding van de toenmalige nieuwe machinerichtlijn. De eerste ‘(EHEDG) Main Group’ werd toen gevormd met vertegenwoordigers uit de machine-industrie, de voedingsmiddelenindustrie, de onderzoeksinstituten, een aantal universiteiten en vertegenwoordigers van overheden. De EHEDG schrijft de normen waaraan apparaten in de voedingssector moeten voldoen om hygiënisch produceren toe te laten.

Internationale samenwerking
Omdat voedselveiligheid niet ophoudt bij de grenzen van een werelddeel wordt gewerkt aan wereldwijde harmonisatie van richtlijnen en normen. EHEDG en de Amerikaanse organisaties NSF en 3-A hebben ingestemd met samenwerking in de ontwikkeling van richtlijnen. Door het vetorecht van het FDA (Food and Drug Administration) bij 3-A, speelt ook het FDA een belangrijke rol.
De 3-A is de Amerikaanse tegenhanger van EHEDG. Machinefabrikanten die installaties bouwen conform de 3-A standaarden krijgen van de 3-A Symbol Administrative Council het 3-A keurmerk. Er dient evenwel opgemerkt dat de draagwijdte van het certificaat beperkt is. Het wordt toegekend op basis van een tekening, een materiaallijst, enz. Er wordt geen test of controle van de apparatuur uitgevoerd. Het meeleveren van een 3-A keurmerk is in principe enkel een belofte dat de installatie in overeenstemming met het gecertificeerde ontwerp is gebouwd. In de VS is dit, zo leert de praktijk, voldoende gezien de uiterst strenge wetgeving op de productieaansprakelijkheid. Bij EHEDG bepaalt een serie wetenschappelijk gefundeerde laboratoriumtesten of de installatie al dan niet gecertificeerd wordt. Deze testen worden uitgevoerd bij 4 erkende centra in Europa. Men velt dus een oordeel op basis van bewezen voedselveiligheid.

Europese normen
De EHEDG-richtlijnen worden voorgelegd aan de normcommissies Comité Européen de Normalisation (CEN) en Comité Européen de Normalisation Electronique (CENELEC). CEN en CENELEC hebben van de Europese Commissie de opdracht heeft gekregen Europese normen (EN-normen) op te stellen voor de voedingsmiddelenindustrie. Het is de bedoeling dat de EHEDG-richtlijnen uiteindelijk allemaal worden verwerkt in EN-normen. De EHEDG-richtlijnen bieden praktische oplossingen voor de wettelijke eisen. Bij de EHEDG richtlijnen blijft het noodzakelijk om aan te tonen waarom in een bepaald geval een keuze is gemaakt voor een bepaalde veiligheidsoplossing. Deze bewijsvoering moet worden vastgelegd in een zogenaamd constructiedossier. Bij de EN-normen ligt de bewijsvoering opgesloten in de norm zelf. Een fabrikant die machines produceert aan de hand van de norm, mag er dus van uitgaan dat de apparatuur aan de wettelijke eisen voldoet. Dit is ook bekend als het ‘vermoeden van overeenstemming’.

Op termijn zouden de EHEDG-richtlijnen geïntegreerd worden in de Machinerichtlijn en dus deel uitmaken van de CE-markering. Deze samensmelting heeft een grote impact. EHEDG is namelijk nu nog vrijwillig, terwijl CE-markering wettelijk verplicht is.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: