Skip to content

De Ottawa ondervoedingsexperimenten 1942-1952

6 januari 2014

gcp
Afgelopen zomer werd Canada geconfronteerd met de openbaringen rondom ondervoede Aboriginals die in voedingsexperimenten in de jaren 1940 en 1950 als onwetende en onbeschermde proefpersonen dienden. First Nations Chiefs ondertekenden een resolutie die eist dat de regering alle informatie over het onderzoek vrijgeeft. De Canadese bioethici vergeleken de voedingsstudies met de Tuskegee syfilis studie.

Ian Mosby, een jonge historicus gericht op geschiedenis van voeding aan de Universiteit van Guelph in Ontario, ontdekte het verhaal van door de overheid gesponsorde experimenten door te graven in publiek toegankelijke archieven. Mosby’s artikel kwam uit in het tijdschrift, Histoire Sociale medio juli en hij blogde en tweette meteen over het artikel. Daarmee richtte hij de aandacht van de media op deze koloniale vorm van experimenteren.

De studies werden mogelijk gemaakt door de beschikbaarheid van een populatie van chronisch ondervoede en kwetsbare kinderen die onder staatstoezicht weinig hadden te zeggen over hun deelname aan de studie. Het onderzoek begon in 1942, toen een team van artsen en bureaucraten per vliegtuig en hondenslee door de reservaten van Noord Manitoba reisden, waar ze hongerige en structureel ondervoede bevolking waarnamen. Onderzoekers berekenden dat de lokale bevolking moest rondkomen van minder dan 1500 calorieën per dag. Normale, gezonde volwassenen vereisen over het algemeen minstens 2000 calorieën. Ze interviewden de opperhoofden om de voorwaarden die de honger veroorzaakten te begrijpen. Een studie arts meldde dat mensen in de reservaten bijna uitgehongerd waren, maar dat het team niets ondernam om de overheid de voedselrantsoenen aan te vullen voor de een bevolking die had te leiden aan een instortende bonthandel en al beperkte overheidssteun. In plaats daarvan bedachten ze dat de geïsoleerde, gedemoraliseerde en afhankelijke bevolking een ideale studiepopulatie vormde. De meest ervaren voedingsdeskundige die deelnam aan de reis was een Amerikaan, H.D. Kruse, een beheerder van het in New York gevestigde Milbank Memorial Fund. Dezelfde organisatie die in de loop van bijna 40 jaar structurele steun aan de Tuskegee studie bood. In de jaren 1940 waren er veel vragen over wat de menselijke behoeften aan vitamines zijn, en dus ontwierpen ze een gecontroleerde studie met voedingssupplementen, zoals thiamine (vitamine B1) of ascorbinezuur (vitamine C). Ze gaven de supplementen aan 125 volwassenen, terwijl 175 anderen dienden als controlegroep. Beide groepen werden onderworpen aan een grondig lichamelijk en oogonderzoek.

In 1947 werden plannen ontwikkeld voor verder onderzoek naar de effecten van gebrek aan bepaalde voedingswaarden bij kinderen. Canada dwong destijds Aboriginal families om hun kinderen naar de nu gewraakte residentiële scholen ???, gerund door overheid en kerken. In 2007, na meerdere rechtszaken over seksueel en fysiek misbruik op de residentiële scholen, bereikte de Canadese regering een miljardenschikking met overlevenden. Een jaar later verontschuldigde premier Stephen Harper zich publiekelijk voor het gedrag op de scholen en stelde de regering een waarheids-en verzoeningscommissie in om de ervaringen van nabestaanden te documenteren. Het verhaal van het voedingsonderzoek kwam daarom als een schok.

De studies werden uitgevoerd van 1948 tot 1952 in zes residentiële scholen, waarbij uiteindelijk meer dan 1.000 kinderen betrokken raakten. Op een school in Nova Scotia, bijvoorbeeld, kregen kinderen minder dan de helft van de op dat moment voor Canadese kinderen aanbevolen hoeveelheid melk. De onderzoekers ontwierpen een studie waarbij gedurende twee jaar een baseline werd vastgesteld aan de hand van lichamelijk onderzoek. Pas daarna werd de hoeveelheid melk verhoogd en werden de kinderen nog drie jaar gevolgd. Op andere scholen testten ze vitamine C, vitamine B1, ijzer en jodium supplementen. Op een school werden de kinderen al deze supplementen onthouden om het gecombineerde effect te meten.

Omdat tandheelkundige behandeling kan interfereren met de effecten van supplementen op het tandvlees en de tanden, blokkeerden de wetenschappers bepaalde vormen van tandheelkundige zorg. Dr Brown legt uit dat, “In deze studie cariës [tandbederf] en gingivitis beide belangrijke factoren zijn bij de beoordeling van de voedingstoestand. De cariës index kan worden verstoord door dergelijke gespecialiseerde tandheelkundige behandeling en tandheelkundige profylaxe kon het beeld van het tandvlees zodanig wijzigen dat het van twijfelachtige waarde wordt als een mogelijke index van een vitamine C-tekort.” De tandartsen werd wel gevraagd om het trekken en vullen van rotte tanden of holtes voort te zetten, omdat deze dienst niet zou interveniëren met de voedingswaarde studie.

Dr. H.K. Brown schrijft dat tandheelkundige behandeling voor leerlingen aan residentiële scholen moet worden beperkt tot het vullen en trekken van tanden.
Een journalist documenteerde dit onderzoek 50 jaar later. In 2000 interviewde hij de overheidsarts die het toezicht had over het onderzoek, een voormalig hoofd van voeding, dr. L.B. Pett, dan 90 jaar oud, voorheen hoofd van de afdeling Voeding van het ministerie van Gezondheid en Welzijn. Pett verdedigde het werk met het argument dat de tandheelkundige zorg alleen gedurende een beperkte tijd werd gestopt in verband met de onderzoeksdoelstelling. Het was geen opzet om cariës te ontwikkelen bij de kinderen. Maar hij gaf toe dat ouderlijke toestemming (informed consent) niet altijd was verkregen voor die kinderen die betrokken waren bij de studie. Dat was zelfs onaanvaardbaar volgens de normen van die tijd. Niet alleen was toestemming nodig, het moest worden begrepen door de proefpersoon. De stelling dat toestemming is verkregen heeft weinig betekenis, tenzij de proefpersoon of zijn voogd in staat is te begrijpen wat de studie inhoudt en alle gevaren duidelijk zijn gemaakt. Ook bracht dr. Pett ter verdediging dat de resultaten van het onderzoek wel direct ter beschikking werden gesteld aan de betrokken scholen en gemeenschappen. De onderzoeken waren ontworpen ter verbetering van de gezondheid van de inheemse bevolking. Maar de resultaten van het onderzoek werden eerder genegeerd, dan daadwerkelijk gebruikt. Eind jaren 50 was slechte voeding nog steeds een probleem op residentiële scholen.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: