Skip to content

Update van EU GMP Hoofdstuk 6 – Quality Control

1 november 2014

normenEen nieuwe update van de EU GMP hoofdstuk 6 Quality Control is uitgegeven en in werking getreden op 1 oktober 2014. Het nieuwe hoofdstuk heeft een iets sterkere microbiologische inslag en er is een volledig nieuw hoofdstuk over de overdracht van testmethoden van het ene laboratorium naar het andere. De wijzigingen betreffen geen nieuwe inzichten en de meeste laboratoria zullen hun managementsysteem reeds hebben ingericht volgens de nieuwe eisen. Men kan dus eigenlijk stellen dat de richtlijn is aangepast aan de praktijk.

Hieronder de specifieke wijzigingen:

Good Quality Control Laboratory Practice (6,5-6,6)
Een nieuwe eis is dat verplaatsing van laboratoriumapparatuur tussen hoog risico gebieden moet worden vermeden om toevallige kruisbesmetting te voorkomen. Wat met een hoog risico gebied daadwerkelijk wordt bedoeld is niet gedefinieerd! Er is ook een vereiste om microbiologische laboratoria zodanig in te richten dat (microbiologische) kruisbesmetting wordt geminimaliseerd. Dit is de eerste vermelding van microbiologische laboratoria in de Europese GMP (EU GMP).

Documentatie (6,7-6,10)
Hier is een nieuwe clausule betreffende het onderzoek van “Out Of Specification” (OOS) en “Out Of Trend” (OOT) resultaten toegevoegd. Clausule 6.7 (iv) vereist dat hiervoor een procedure moet worden opgesteld. Eigenlijk verbazingwekkend dat deze eis nog niet was geformuleerd. Er zullen dan ook weinig controle laboratoria zijn die nog niet aan deze nieuwe eis voldoen. In feite kwamen de termen Out Of Specification en Out Of Trend in de gehele Europese GMP richtlijn niet voor! Clausule 6.9 vereist vervolgens dat de procedure ook moet worden gevolgd in geval van resultaten die afwijken van de specificatie of van de trend in resultaten.

De specifieke eis om QC gerelateerde documentatie en gegevens gedurende ten minste 5 jaar na de certificering van het product door de Qualified Person (in feite de batchvrijgave) of 1 jaar na vervaldatum van het product moet worden bewaard. In plaats daarvan wordt verwezen naar EU GMP hoofdstuk 4 (Documentatie), waarin hetzelfde wordt vereist.

Sampling (6,11-6,14)
Voor het eerst wordt de term “sampling plan” geïntroduceerd in clausule 6.12. Eerdere versies eisten dat monsters representatief moeten zijn voor de partij. Nu wordt vereist dat een specifiek “plan” moet worden vastgesteld, maar er worden geen criteria vermeld waarop dit plan moet worden gebaseerd. Farmaceuten hebben waarschijnlijk hun monsternameplannen al gebaseerd op de gevalideerde procesrisico’s en opgenomen in het fabricage test- en kwaliteitsplan. Er is geen verwijzing naar het beruchte wortel N+1 bemonsteringsplan of enige verwijzing naar ISO 2859 (Monsternemingprocedures voor keuring op attributen.). Beide worden in de praktijk vaak gebruikt.

Er is ook een vereiste (artikel 6.13) om ” monsters correct te beheren en op te slaan”. Er zijn geen specifieke criteria opgesteld ten aanzien van de opslagruimte. Deze kunnen wel worden gevonden in EU GMP hoofdstuk 3 Gebouwen en apparatuur. Clausule 3.27 stelt dat besmetting en verwisseling van monsters moet worden voorkomen en dat er voldoende opslagruimte moet zijn voor zowel de monsters als de benodigde documenten.

Testing (6,15-6,25)
Er zijn veel nieuwe eisen aan dit gedeelte toegevoegd.

De eerste clausule (6.15) omvat de nieuwe vereiste dat indien een testmethode elders is gevalideerd (bijvoorbeeld door een andere organisatie), het laboratorium moet verzekeren dat de methode zodanig wordt uitgevoerd dat deze validatie nog steeds geldig is. Dat betekent dus een bevestiging van de validatieresultaten: de zogenaamde verificatie.

In clausule 6.16 is er een veel nadrukkelijker toepassing van het trendmatig volgen van resultaten. Veel laboratoria hebben trendanalyseresultaten, maar tot nu toe werd simpelweg gesteld dat “voor sommige gegevens … het is aan te bevelen dat de gegevens worden bewaard op een manier die een trend evaluatie toelaat”. Nu is de formulering “resultaten van de parameters geïdentificeerd als … kritisch moeten trendmatig worden gevolgd”.

Er is geen wijziging van de lijst van punten die door de analisten moeten worden opgenomen in de logboeken of resultaat formulieren behalve dat de nieuwe clausule 6.17 (ix) nu vereist dat de gebruikte apparatuur moet worden geregistreerd. Ik vermoed dat de meeste laboratoria hun huidige praktijk van het vastleggen van kritische apparatuur (zoals de HPLC) zullen handhaven en niet elke hulpmiddel (zoals een reageerbuis houder, bunsenbrander, microscoop, enz.).

De eisen in clausule 6.19 met betrekking tot het gebruik en de controle van reagentia, oplossingen en referentiemonsters zijn niet wezenlijk nieuw. Er is toegevoegd dat de mate van controle in verhouding moet staan met het gebruik en de beschikbare stabiliteitsgegevens.

Er is ook een nieuwe clausule (6.20) voor het gebruik van referentie-monsters waarin staat dat het de voorkeur heeft dat officiële Compendiale materialen worden gebruikt. Deze zijn natuurlijk duurder dan de standaardoplossingen die labs zelf aanmaken voor dagelijkse analyse.

In clausule 6.21 krijgt het microbiologische laboratorium ook voor het eerst een beetje aandacht. Kweekmedium is toegevoegd met betrekking tot de reagentia en standaarden. De noodzaak om de datum van de opening van een reagens, standaard of media vast te leggen is opgenomen. Dit is van toepassing als het laboratorium geprepareerde items koopt in plaats van ze zelf te bereiden.

Er moet echt naar de microbioloog zijn geluisterd voor de nieuwe bepalingen in clausules 6.23 en 6.24 over de toepassing, de bereiding en het gebruik van de cultuur media en de verwijdering van micro-organismen. Echter, als het gaat om de verwijdering van micro-organismen is er geen sprake van autoclaveren of verbranden!

Technische overdracht van testmethoden (6,37-6,41):
Vijf clausules zijn toegevoegd die betrekking hebben op de overdracht van de testmethoden van het ene laboratorium naar het andere. In wezen moet het ontvangende laboratorium waarborgen en documenteren dat de testmethode (protocol of standaard werkmethode) gelijk is aan die op het oorspronkelijke lab. Ook blijvende overeenstemming met geldende (wettelijke) richtlijnen moet worden gewaarborgd. Zo niet, dan zullen er maatregelen moeten worden genomen om eventuele lacunes op te vullen en de geldigheid van de testmethode opnieuw vast te stellen aan de hand van validaties.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: