Skip to content

Waarom GLP in plaats van ISO 17025

11 oktober 2015

 

glp

De laatste tijd heeft een aantal laboratoria mij gevraagd of ik hen kon helpen bij het invoeren van een kwaliteitssysteem volgens de principes van de OESO Goede Laboratoriumpraktijken (GLP). Als ik dan vraag waarom komt slechts als antwoord: “Omdat de klant hierom vraagt”. Als ik dan doorvraag komt er meestal geen verdere reden. In deze blog wil ik wat overwegingen geven voor het al dan niet toepassen van de GLP principes in plaats van het belangrijkste alternatief: ISO IEC 17025 “Algemene eisen voor de bekwaamheid van beproevings- en kalibratielaboratoria”. Veel van deze overwegingen worden ook beschreven in de OECD Position Paper Regarding the Relationship Between the OECD GLP Principles and ISO/IEC 17025: GLP Compliance Monitoring and Laboratory Accreditation. De concept versie hiervan is 18 juni 2015 door de OESO gepubliceerd.

Toepassingsgebied

De belangrijkste overweging moet zijn welke type onderzoek of testen je uitvoert.

GLP is van toepassing op het niet-klinische veiligheidsonderzoek van gereguleerde chemische stoffen. Hieronder vallen geneesmiddelen, bestrijdingsmiddelen, cosmetische producten, additieven van levensmiddelen en industriële chemische stoffen (REACH). Het risico van deze stoffen voor mens, dier en milieu moet worden beoordeeld, voordat de stof op de markt wordt toegelaten. Ten behoeve van het onderzoek worden de chemische stoffen toegediend aan een (biologisch) systeem (een dier, een plant, weefsel, een celkweek of micro-organismen) of aan een alternatief model. Specimen verkregen van deze systemen worden vervolgens geanalyseerd. Hierbij zijn vaak meerdere disciplines betrokken, waaronder bioanalyse en histopathologie. Het onderzoek wordt veelal verricht op nieuwe chemische stoffen. Het gedrag van de stof (hoe goed lost het op, hoe snel breekt het af, etc.) moet eerst worden gekarakteriseerd om een goede testmethode te ontwikkelen en de resultaten op de juiste wijze te kunnen interpreteren. De testmethodes worden specifiek ontwikkeld voor een bepaalde stof in een bepaald medium (bloed, urine, weefsel, feces, etc.).

ISO/IEC 17025 bevat eisen waaraan beproevingslaboratoria moeten voldoen als zij willen aantonen dat ze volgens een managementsysteem werken, technisch bekwaam zijn, en in staat zijn technisch valide resultaten te leveren. De toepassing voor kalibratielaboratoria laat ik hier buiten beschouwing. ISO/IEC 17025 wordt onder andere toegepast in de kwaliteitslaboratoria van fabrikanten van de gereguleerde chemische stoffen. Omdat deze laboratoria onderdeel zijn van een grotere organisatie, die vaak een ISO 9001 gecertificeerd kwaliteitsmanagementsysteem voeren, is ISO/IEC 17025 volledig in overeenstemming met de eisen van ISO 9001. Beproevingslaboratoria die voldoen aan ISO IEC 17025, werken dus ook in overeenstemming met ISO 9001. Het omgekeerde is niet waar. Met het voldoen van het kwaliteitsmanagementsysteem van het laboratorium aan de eisen van ISO 9001 wordt op zichzelf niet de bekwaamheid van het laboratorium aangetoond om technisch valide gegevens en resultaten te produceren: het specifieke doel van ISO/IEC 17025. ISO/IEC 17025 heeft betrekking op het uitvoeren van testen en beproevingen die routinematig op een continue stroom van testmonsters wordt uitgevoerd, zoals dat bij in-proces inspecties ter controle van het productieproces het geval is. Er is meestal geen sprake van specimen uit biologische systemen.

Beproevingsmethodes

De ontwikkelde methodes waarmee reproduceerbaar resultaten met een bekende meetonzekerheid kunnen worden verkregen is het belangrijkste onderwerp van ISO/IEC 17025. Deze methodes kunnen genormaliseerde methodes zijn: methodes die zijn beschreven in internationale normen en standaarden om te bewerkstelligen dat de kwaliteit van producten op een vergelijkbare wijze wordt vastgesteld. Het gebruik van binnen het eigen laboratorium ontwikkelde methodes of aanpassingen van genormaliseerde methodes is ook mogelijk. Alle methodes die voldoen aan de eisen van ISO/IEC 17025 worden vermeld op het certificaat. In de methode is ook beschreven hoeveel monsters moeten worden geanalyseerd om een uitspraak te kunnen doen over de kwaliteit van een partij. Deze monsterschema’s zijn opgenomen in de kwaliteitsplannen van de producent.

Voor veiligheidsonderzoek wordt de methode altijd door het laboratorium ontwikkeld voor de specifieke stof, test systeem en/of medium waarin de stof zit. In onderzoeksplannen wordt vastgesteld hoeveel teststof op welke wijze, hoe vaak, op welk moment moet worden toegediend aan welk testsysteem. Deze onderzoeksplannen hebben maar een beperkte geldigheid; namelijk alleen het betreffende onderzoek. Dit in tegenstelling tot de standaard methodebeschrijvingen die in de ISO/IEC 17025 laboratoria worden toegepast. Omdat elk veiligheidsonderzoek uniek is, is de focus van GLP op de organisatie van het onderzoek, in plaats van de technische bekwaamheid met betrekking tot een beproevingsmethode.

Complexiteit

Specimen verkregen van de testsystemen in een veiligheidsonderzoek worden vaak op meerdere manieren onderzocht. Alle onderzoeken worden beschreven in het onderzoeksplan. De resultaten worden verzameld in een eindrapport. Hierbij worden de resultaten van elk afzonderlijk onderzoek met elkaar in verband gebracht om conclusies te kunnen trekken ten aanzien van de veiligheid van de teststof. Histologische afwijkingen worden gerelateerd aan gedragsveranderingen van het testsysteem en gemeten concentraties in bloed, urine of ander lichaamsvocht. Vanwege die complexiteit is er binnen GLP veel aandacht voor de organisatie van het onderzoek. De verantwoordelijkheden van het management, de onderzoeksleider, de kwaliteitsborgingsafdeling en het onderzoeksteam worden specifiek benoemd. Daarnaast zijn er specifieke eisen ten aanzien van multisite onderzoek: onderzoek waarbij de activiteiten verdeeld worden over meerdere laboratoria met een eigen management, deelonderzoeksleider en kwaliteitsborgingsafdeling. Deze eisen beperken de organisatievrijheid van het laboratorium. Zelfs binnen de GLP omgeving is dat wel eens lastig, maar een goede organisatie van de verantwoordelijkheden is kritisch voor de integriteit van de geleverde veiligheidsinformatie.

Voor beproevingslaboratoria die werken volgens ISO/IEC 17025 is dit risico niet aanwezig. Er zijn dus veel minder eisen ten aanzien van de organisatie van het laboratorium. Er is een opdrachtgever die een test aanvraagt. Er wordt een aantal testen op het product uitgevoerd en de resultaten worden in een laboratoriumuitslag vastgelegd. Hooguit wordt een beoordeling ten aanzien van vooraf vastgestelde acceptatiecriteria uitgevoerd, maar verdere conclusies worden niet getrokken.

Klantgerichtheid

Klantgerichtheid is een belangrijk aspect van ISO/IEC 17025. Contracten en testaanvragen moeten worden beoordeeld om daarmee klanttevredenheid vanaf het begin van de werkzaamheden te bewaken. Ook zijn er eisen ten aanzien van de klachtenafhandeling. Er zijn eisen ten aanzien van het nemen van verbetermaatregelen ten aanzien van het managementsysteem: corrigerende en preventieve maatregelen. Bij GLP wordt alleen een amendement of een deviatierapport verwacht, waarmee de integriteit van de data wordt gewaarborgd. Verbetering van het managementsysteem wordt niet geëist.

In de GLP omgeving heeft de opdrachtgever (Sponsor genoemd) een veel beperktere rol. De onderzoeksleider moet primair bewaken dat het onderzoek wordt uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke GLP eisen. In tegenstelling tot de vrijwillige ISO/IEC 17025 norm, is GLP wettelijk verplicht voor het uitvoeren van veiligheidsonderzoek. De belangen van de Sponsor komen op de tweede plaats. Zo hoeft de Sponsor in principe het onderzoeksplan en rapport niet te tekenen. De belangen van het management zoals strategische doelen en winstmarges spelen helemaal geen rol binnen GLP. Management heeft slechts de verantwoordelijkheid voor het leveren van de noodzakelijke middelen, inclusief een geschikt managementsysteem. In werkelijkheid is het natuurlijk anders en zorgen Sponsoren en management dat ook hun belangen worden bewaakt. Dat kan interessante spanningsvelden opleveren.

Kwaliteitsbewaking

Elk onderzoeksplan en rapport van een veiligheidsonderzoek moet door de kwaliteitsborgingsafdeling worden geïnspecteerd. Daarnaast moeten er inspecties worden uitgevoerd op risicovolle of kritische onderzoeksactiviteiten. In het rapport wordt een verklaring opgenomen waarin de QA afdeling verklaart welke inspecties zijn uitgevoerd en dat er geen bevindingen zijn die consequenties hebben voor de integriteit van het onderzoek. Geen onderzoek ontsnapt dus aan het kritisch oog van de kwaliteitsborgingsafdeling. Het Master Schedule waarin alle lopende onderzoeken door het management worden bijgehouden zorgt ervoor dat de QA afdeling op de hoogte blijft.

De laboratoriumuitslagen afgegeven door een beproevingslaboratorium worden niet allemaal bekeken door de QA afdeling. Wel moet er een systeem van periodieke interne audits zijn, waarbij de geschiktheid van het managementsysteem wordt beoordeeld. Met andere woorden: is de mate van technische bekwaamheid voldoende om te voldoen aan de verwachtingen van de testaanvragers?

Omdat GLP wettelijk is vereist voor veiligheidsonderzoek is de overheid (in Nederland de Inspectie voor de Gezondheidszorg) toezichthouder. Elke 2 jaar wordt het laboratorium bezocht om vast te stellen dat de data integriteit van het onderzoek is gewaarborgd en de overheid de resultaten kan gebruiken voor de risicobeoordeling van nieuwe stoffen.

Naleving van ISO/IEC 17025 is vrijwillig. Een certificerende instantie stelt tijdens jaarlijkse audits vast of de normeisen worden nageleefd en de technisch competent aanwezig is om de testen die vallen onder het certificeringsprogramma uit te voeren. Ook deelname aan ringonderzoek waarborgt de kwaliteit van het laboratorium en de vergelijkbaarheid van de resultaten.

Samenvatting

ISO/IEC 17025 en GLP zijn ontwikkeld en geschikt voor een specifiek toepassingsgebied. Of het toepassingsgebied al dan niet betrekking heeft op de activiteiten van het laboratorium, bepaalt of het managementsysteem moet worden ingericht volgens ISO/IEC 17025 of GLP. Voor bepaalde laboratoria kan gelden dat zowel veiligheidsonderzoek als routinematige beproevingen worden uitgevoerd. In dat geval zijn beide systemen van toepassing, maar wel elk voor specifieke activiteiten. Elementen uit ISO/IEC 17025 kunnen worden toegepast op veiligheidsonderzoek, sterker nog, ze kunnen het managementsysteem verbeteren. Omgekeerd is dat wat lastiger: GLP eisen werken belemmerend voor routinematige beproevingen.

Deze blog is geen volledige beschrijving van alle verschillen. Zo heb ik het nog niet gehad over standaardwerkvoorschriften en archieven. Mocht je dus naast deze informatie meer ondersteuning nodig hebben bij de keuze van het managementsysteem, dan kun je me altijd benaderen.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: