Skip to content

Veranderingen in ICH GCP: invloed op de onderzoekers

15 augustus 2016

normen
De onderzoeker is verantwoordelijk voor het toezicht op een persoon aan wie hij onderzoekstaken delegeert. Veelal gebeurt dit aan medewerkers die onder zijn verantwoordelijkheid op de onderzoekslocatie werken of bij de instelling in dienst zijn. Maar soms is het ook noodzakelijk taken te delegeren naar derden, bijvoorbeeld als de onderzoeker zelf niet de technische competentie heeft om een bepaald deel van het onderzoek zelf uit te voeren. Hieronder vallen ook de delegatie naar de apotheek en naar de laboratoria die studiemonsters analyseren. Met name het toezicht dat onderzoekers uitoefenen op deze bij andere partijen gedelegeerde activiteiten is het onderwerp van vele inspectiebevindingen door diverse regelgevende instanties. Daarom zijn in de ICH E6 (R2) eisen opgenomen ten aanzien van de verantwoordelijkheden van de hoofdonderzoeker bij het delegeren van taken:

De onderzoeker is verantwoordelijk voor het toezicht op een persoon of partij aan wie de onderzoeker gedelegeerde studie taken uitbesteedt op de onderzoekslocatie.(4.2.5)

En

Als de onderzoeker/instelling onderzoekstaken onder zijn/haar verantwoordelijkheid uitbesteedt aan een derde partij, moet de onderzoeker/instelling ervoor zorgen dat deze partij voor het uitvoeren van deze taken is gekwalificeerd en dient de onderzoeker/instelling procedures te hebben die de integriteit van het onderzoek, de uitgevoerde taken en de gegevens die deze opleveren waarborgen. (4.2.6).

Het gaat hierbij dus om taken waarvoor de onderzoeker verantwoordelijkheid blijft dragen. De derde partij rapporteert daarbij aan de onderzoeker conform schriftelijke afspraken. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld centrale laboratoria of gespecialiseerde onderzoeksinstellingen, die voor specifieke onderzoeken door de sponsor worden ingehuurd. Hiervoor is en blijft de sponsor verantwoordelijk. Deze schriftelijke afspraken kunnen de vorm aannemen van een contract, een kwaliteits- of service level overeenkomst, of een onderling overeengekomen procedure.

Deze eisen met betrekking tot het uitbesteden van onderzoekstaken door de onderzoeker zijn in lijn met andere richtlijnen. Bijvoorbeeld de FDA richtlijn verantwoordelijkheden van de onderzoeker (2009) die reeds een toezichtsplan voorstelt dat de hoofdonderzoeker zou moeten uitvoeren en documenteren. De FDA stelt dat:

De onderzoeker is verantwoordelijk voor het toezicht op de onderzoekstaken uitgevoerd door medewerkers, zelfs al zijn deze niet in zijn/haar directe dienst …. Als de onderzoeker de diensten van een faciliteit afneemt om studiehandelingen uit te voeren, moet de onderzoeker maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de faciliteit geschikt is … De onderzoeker kan ook procedures instellen om de integriteit van de gegevens en van de faciliteit verkregen rapporten te waarborgen (bijvoorbeeld om te zorgen dat gegevens geïdentificeerd als afkomstig van de faciliteit authentiek en accuraat zijn).

De nieuwe EU-Clinical Trial Verordening 536/2014 (CTR) (artikel 73) versterkt dat de hoofdonderzoeker toezichtsverantwoordelijkheden heeft:

Een hoofdonderzoeker moet de naleving van bepalingen van deze verordening waarborgen op de onderzoekslocatie… [en] … zal de taken toewijzen aan leden van het team van onderzoekers op een manier die niet ten koste gaat van de veiligheid van de proefpersonen en de betrouwbaarheid en robuustheid van de gegenereerde gegevens…

De MHRA GCP Guide (2012) zegt dat

… het is van essentieel belang dat er duidelijk, gedocumenteerd bewijs is van het toezicht uitgevoerd door de hoofdonderzoeker en van de betrokkenheid bij het proces … (11.2.1).

De MHRA gaat dan verder naar de lijst van meest gebruikte voorbeelden van geschikt bewijs van het toezicht.

Het amendement (R2) van de GCP geeft de onderzoekers meer verantwoordelijkheden bij het lokaal coördineren van het klinisch onderzoek. De onderzoeker kan wel taken uitbesteden, maar niet de verantwoordelijkheid. Het toezicht op uitbestede activiteiten zal ongetwijfeld meer tijd, inzet en betrokkenheid van onderzoekers vragen. Tijd zal daarbij mogelijk een probleem vormen, want die is vaak al zo beperkt. De vraag is of het voor een onderzoeker voldoende is om de werkzaamheden af te stemmen met slechts één verantwoordelijk persoon, (bijvoorbeeld de apotheker, het afdelingshoofd of de medisch specialist), waarbij deze op zijn beurt verantwoordelijk is voor de naleving van het protocol door de medewerkers onder zijn verantwoordelijkheid? Of wordt meer betrokkenheid van de onderzoeker verwacht? Een onderzoeker kan onmogelijk continu toezicht houden op elke medewerker bij andere partijen. Duidelijk is wel dat in geval van problemen de onderzoeker moet kunnen verantwoorden dat er in voldoende mate sprake is geweest van toezicht op de uitbestede werkzaamheden. De onderzoeker moet zich ervan vergewissen dat alle personen die onderzoekstaken uitvoeren hiervoor adequaat zijn opgeleid en bekend zijn met de eisen die het protocol aan de uitvoering stelt. Ook zullen de medewerkers in voldoende mate bekend moeten zijn met de eisen ten aanzien van het uitvoeren van medisch wetenschappelijk onderzoek. Zeker als proefpersonen rechtstreeks in contact komen met de gecontracteerde partij, dan moeten de medewerkers van deze partij bekend zijn met het rapporteren van ongewenste voorvallen en het behoud van het informed consent. Ook het beheer van de trial master file moet voor iedereen duidelijk zijn. Tenslotte, niet geheel onbelangrijk, moeten afwijkingen van het protocol direct en zonder voorbehoud bij de onderzoeker worden gemeld. De vraag hierbij is wat voor een onderzoeker praktisch nog haalbaar is. Welke medewerkers moeten worden vermeld op de delegatie log van de onderzoeker? In ieder geval alle medewerkers die een bijdrage leveren in de brondocumenten of één van de essentiële documenten vermeld in hoofdstuk 8 van de GCP richtlijn. Van deze personen moet door middel van een CV en/of een trainingsregistratie kunnen worden aangetoond dat zij over de noodzakelijke kennis en ervaring beschikken om de aan hen gedelegeerde taken te kunnen uitvoeren.

De eisen passen wel in het kader van de verantwoordelijkheid die de onderzoeker heeft ten aanzien van het beschermen van de rechten, het welzijn en de privacy van de proefpersonen. Hierin passen de verantwoordelijkheden voor de beheersmaatregelen die noodzakelijk zijn om risico’s te minimaliseren ten aanzien van de onderzoeksproducten (o.a. de geneesmiddelen en medische hulpmiddelen die onderwerp van onderzoek zijn), de afgenomen laboratoriummonsters en de onderzoeksgegevens. Voor het opzetten van een geschikt toezichtsplan zal de onderzoeker enige vorm van risicoanalyse moeten uitvoeren.

Een lastig probleem voor de onderzoeker kan ook een interveniërende betrokkenheid van de sponsor zijn. Vaak is het voor de onderzoeker niet mogelijk om volledig de verantwoordelijkheid te nemen. Het protocol en de wijze waarop de sponsor de onderzoeksmiddelen aanlevert zijn vaak leidend in de mogelijkheden om afspraken te maken. De monitor (CRA) moet de geschiktheid en effectiviteit van de gemaakte afspraken en het toezicht hierop tijdens de monitor visites beoordelen, maar moet er voor waken als een stoorzender in deze afspraken op te treden. De monitor moet erkennen dat de onderzoeker de verantwoordelijkheid heeft om de afspraken vast te stellen en deze te onderhouden. Dat betekent dat de monitor altijd de onderzoeker erbij moet betrekken als er iets mis gaat in de samenwerking tussen de onderzoeker en andere partijen. Zelfs als de onderzoeker het vanwege drukte wel makkelijk vindt dat de CRA het verder regelt. Om problemen hierin te voorkomen moet al bij de selectie van de onderzoekscentra de samenwerking met andere partijen als selectiecriterium worden beoordeeld. Voorkomen is hierin beter dan genezen.

Kortom, de nieuwe GCP eis voor de onderzoeker om toezicht te houden op door hem/haar bij andere partijen gedelegeerde activiteiten is niet nieuw. Dit aspect is één van de meest complicerende aspecten van de uitvoering van klinisch onderzoek. De aanpassing van de GCP zal daarom slechts beperkt tot een reductie van het aantal inspectie waarnemingen leiden. Maar de verscherpte aandacht voor de verstrekkende verantwoordelijkheden van de onderzoeker is daarmee niet minder nodig.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: