Spring naar inhoud

Post-Market klinische follow-up: wat je moet weten

5 mei 2019

medischehulpmiddelen

Post-market klinische follow-up (PMCF) is in de nieuwe EU medische hulpmiddelen verordening een relatief nieuwe vereiste voor de medische hulpmiddelensector. PMCF moet worden beschouwd als een continu proces van klinische evaluatie gedurende de periode dat een medisch hulpmiddel op de markt gebracht wordt. Er moet een PMCF-evaluatierapport worden gemaakt van alle PMCF-activiteiten en de informatie ervan moet worden gebruikt om het klinisch evaluatierapport gedurende de hele levensduur van het hulpmiddel bij te werken. Bij het uitvoeren van PMCF moet de fabrikant proactief klinische gegevens verzamelen en beoordelen, met het doel de veiligheid en de prestaties van het hulpmiddel te bevestigen, om de blijvende aanvaardbaarheid van de geïdentificeerde risico’s te waarborgen en om nieuwe risico’s te detecteren op basis van feitelijk bewijs. Volgens bijlage XIV, deel B moet voor elk medisch hulpmiddel (klasse I en hoger) de noodzaak voor PMCF-activiteiten worden vastgesteld en vastgelegd als onderdeel van de Post-Market Surveillance (PMS). Veel fabrikanten van medische hulpmiddelen hebben nog niet aan deze vereisten voldaan en we constateren vaak bij het uitvoeren van een MDR gap-analyse dat de PMS / PMCF-plannen (en dus rapporten) ofwel niet bestaan of grote tekortkomingen hebben met betrekking tot nieuwe MDR vereisten.

Er is een nieuwe veiligheidsrapportagevereiste voor alle hulpmiddelen (behalve klasse I): het periodieke veiligheidsverslag (Periodic Safety Update Report – PSUR). De PSUR is ten minste elk jaar vereist voor elk klasse III-hulpmiddel of implantaat van klasse IIb en ten minste om de twee jaar voor hulpmiddelen van klasse IIa en niet-implanteerbare hulpmiddelen van klasse IIb. Volgens de verordening moet de PSUR worden gebaseerd op de PMCF, dus in theorie zou een PMCF vereist zijn voor alle hulpmiddelen waarvoor een PSUR wordt vereist. In de verordening wordt echter wel vermeld dat sommige producten kunnen worden vrijgesteld van PMCF indien dit naar behoren wordt gemotiveerd. Maar wat naar behoren in de praktijk inhoudt, wordt in de MDR niet duidelijk. PMCF is sterk gekoppeld aan het productrisico. Dit is het grootst bij implantaten. Er is echter een hele groep implantaten van “welbekende technologieën” die volgens de MDR zijn vrijgesteld van klinisch onderzoek en dus vermoedelijk ook van PMCF. Dit zijn hechtingen, nietjes, tandvullingen, beugels, tandkronen, schroeven, wiggen, platen, draden, pennen, clips of connectoren waarvoor de klinische evaluatie is gebaseerd op voldoende klinische gegevens. Later, als door de Europese Commissie productspecifieke gemeenschappelijke specificaties (MDR artikel 61) zijn vastgesteld, kunnen meer producten worden vrijgesteld van klinisch onderzoek. De MDR zegt dat de Europese Commissie daarnaast gedelegeerde handelingen zal aannemen om de lijst in artikel 61 te wijzigen. We mogen hopen dat de Commissie hier optimaal gebruik van zal maken en deze lijst zal uitbreiden met meerdere producten waarvan de veiligheid en de prestaties uitgebreid zijn vastgesteld. Bedrijven kunnen hierop niet vooruitlopen omdat ze geen idee hebben van de timing wanneer de nieuwe lijst klaar zal zijn. Zonder richtlijnen of delegerende handelingen blijft het onduidelijk wanneer PMCF krachtens de MDR verplicht zal zijn. Dit is een probleem voor fabrikanten die nu hun PMCF moeten plannen en moeten beslissen of de kosten van de PMCF opwegen tegen de beoogde economische opbrengst, omdat ze bepaalde producten van de markt moeten halen vanwege de hogere nalevingskosten.

De vereiste voor PMCF onder MDR betekent ook niet noodzakelijkerwijs dat klinische onderzoek (studies) in alle gevallen nodig zullen zijn om klinische gegevens te verzamelen. Dat wordt momenteel wel als verplichting beschouwd vanwege de bewoording in de MEDDEV 2.7/1. rev 4, de meest recente MDD leidraad van de Europese Commissie over klinische evaluaties. Onder de MDR is de PMCF definitie veel breder en heeft betrekking op alle soorten klinische informatie, zoals technische informatie en openbaar beschikbare informatie bijvoorbeeld afkomstig van nationale implantaten registers, gesponsorde onderzoeken, en andere klinische onderzoeken uitgevoerd door derden en in klinische literatuur gepresenteerd. Het concept PMCF werd voor het eerst geïntroduceerd in het richtsnoer over post-market klinische follow-up studies MEDDEV 2.12 rev 2 en dit is de achtergrond voor de manier waarop het in de context van MEDDEV 2.7/1 werd geïntroduceerd.

Fabrikanten moeten zich er ook van bewust zijn dat duidelijkheid over het belangrijkste aspect ontbreekt; een uitleg wat “voldoende klinisch bewijs” is. Fabrikanten moeten hun producten opnieuw certificeren onder de MDR, waarbij ze “voldoende” klinisch bewijs moeten aanleveren ten behoeve van de conformiteitsbeoordeling door de aangemelde instantie. Bij bestaande medische hulpmiddelen die al heel lang op de markt zijn, is een CE-markering meestal gebaseerd op de historische marktprestaties en op gelijkwaardigheid met andere vergelijkbare hulpmiddelen. Het probleem is dat we niet weten wat “voldoende” klinisch bewijs vormt. De Klinische Onderzoeks- en Evaluatie werkgroep werkt aan een richtlijn om deze term te verklaren. Die kan niet snel genoeg klaar zijn. Tot die tijd moeten fabrikanten alle klinische gegevens over hun producten verzamelen en op basis van eigen criteria afwegen of ze voldoen aan de MDR-vereisten voor voldoende klinisch bewijs. Zodra ze dit hebben gedaan, moeten ze een PMCF plan vaststellen.

Een PMCF-onderzoek, gesponsord door de fabrikant, wordt veelal vereist voor een nieuw product dat CE-gemarkeerd is op basis van klinische gegevens van een gelijkwaardig (“equivalent”) hulpmiddel. Fabrikanten van reeds onder de MDD CE-gemarkeerde producten moeten zich ervan bewust zijn dat de klinische gegevens uit het PMCF-onderzoek in dergelijke gevallen van cruciaal belang zijn om ervoor te zorgen dat het product opnieuw kan worden gecertificeerd onder de MDR zonder verdere klinische gegevens. Dit is met name van kritisch belang voor klasse III- en IIb-producten, die mogelijk worden onderworpen aan de Raadplegingsprocedure voor de klinische evaluatie door de Medical Device Coordination Group (MDCG), een deskundigengroep die door de Europese Commissie is aangesteld (MDR artikel 54). De opzet van deze raadplegingsprocedure, en welke criteria zullen worden gehanteerd bij de beoordeling van nieuwe producten, zijn nog niet bekend. Er is een bijzonder dringende behoefte aan deze informatie omdat het ontwerpen, toestemming verkrijgen en uitvoeren van een klinische studie veel tijd in beslag neemt. Dit hele proces kan zes tot negen maanden duren.

MEDDEV 2.7/1. rev 4 omvat verder ongeveer 80% van de vereisten van de MDR voor het verzamelen van klinische gegevens. Hiermee lijkt het alsof er niet veel gedaan hoeft te worden als aan deze MEDDEV wordt voldaan, maar dat is maar schijn. De 80-20 regel gaat ook op voor deze situatie. Voor in-vitro diagnostische hulpmiddelen is er helemaal geen vergelijkbare richtlijn onder de huidige regelgeving. Het beste advies is dat fabrikanten de nieuwe voorschriften lezen, al hun klinische gegevens opnieuw bekijken en vervolgens eventuele hiaten identificeren.

Goedkeuringen van ethische commissies (EC’s) zijn vereist voor PMCF-onderzoeken, terwijl goedkeuringen door bevoegde instanties over het algemeen niet nodig zijn. Maar goedkeuringsprocedures zijn niet uniform in alle lidstaten van de Europese Unie, dus fabrikanten moeten deze vereisten per land bekijken. Gevallen waarin goedkeuring door de bevoegde autoriteit wel een vereiste wordt, zijn onder meer die onderzoeken met een CE-gemarkeerd hulpmiddel waarbij geplande studieafspraken afwijken van de klinische praktijk, zoals die met betrekking tot aanvullende invasieve of belastende procedures. Elk gepland off-label gebruik van een CE-gemarkeerd hulpmiddel vereist goedkeuring door de Bevoegde Autoriteit en deze kan het bestempelen van een dergelijke studie als PMCF-onderzoek diskwalificeren. Als een fabrikant gelooft dat er een markt is voor de off-label toepassing, dan moet het eerst pre-marktonderzoek doen om relevante klinische gegevens te verzamelen. Het detecteren van off-label gebruik wordt wel als een specifiek doel van PMCF vermeld.

Daarnaast is het belangrijk dat een onderzoek naar behoren is opgezet om de klinische informatie te verzamelen. Als het gaat om studies die door onderzoekers (artsen) zijn gesponsord, heeft de fabrikant of een door hem aangestelde sponsor geen controle over hoe het onderzoek wordt uitgevoerd en of het product off-label wordt gebruikt. Dergelijke onderzoeken zijn daarom risicovol voor de fabrikant, aangezien ze mogelijk niet leiden tot de juiste basis voor het genereren van bruikbare gegevens. Ik heb al gehoord van een aangemelde instantie die de gegevens van een door een onderzoeker gesponsord onderzoek weigerde omdat deze niet werd uitgevoerd in strikte overeenstemming met de internationale standaard voor klinisch onderzoek, ISO 14155.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: