Spring naar inhoud

Biologische veiligheid – meer dan alleen dierproeven

13 december 2021

medischehulpmiddelen

Fabrikanten van medische hulpmiddelen moeten de veiligheid van hun hulpmiddelen garanderen en potentiële risico’s minimaliseren. Deze risico’s omvatten ook risico’s veroorzaakt door:

  • Chemicaliën die uit de materialen waaruit het medische hulpmiddel bestaat worden uitgeloogd en door het lichaam worden opgenomen;
  • Implantaten die een afstotingsreactie veroorzaken;
  • Materialen die een allergische reactie veroorzaken;
  • Materialen die door het lichaam worden afgebroken of getransformeerd in strijd met de bedoeling van de fabrikant;
  • Implantaten en materialen die niet naar wens in het lichaam worden ingebed;
  • Procescontaminanten en residuen die na vervaardiging op het eindproduct zijn achtergebleven;
  • Verpakkingsmaterialen.

We spreken hierbij van de biologische veiligheid van het hulpmiddel en de daarbij horende biologische risico’s. ISO 10993 definieert de term biologisch risico als volgt:

combinatie van de waarschijnlijkheid van schade aan de gezondheid als gevolg van bijwerkingen die verband houden met interacties met medische hulpmiddelen of materiële interacties, en de ernst van die schade

Biologische veiligheid is daarom het vrij zijn van onaanvaardbare biologische risico’s.

De definitie van de term “biocompatibiliteit” is iets cryptischer:

Het vermogen van een medisch hulpmiddel of materiaal om te presteren met een geschikte gastheerreactie in een specifieke toepassing

De meeste hulpmiddelen baseren hun werkzaamheid niet op het bewerkstelligen van een specifieke biologische reactie van het lichaam. De term geschikte gastheerreactie verwijst dan ook naar de afwezigheid van ongewenste gasheerreacties: bijwerkingen als irritatie, allergische reacties en andere afweerreacties. Regelgeving zoals de MDR vereist bewijs van de biologische veiligheid van alle materialen die direct of indirect in contact komen met patiënten of gebruikers. De bijbehorende eisen worden op verschillende plaatsen uitgelegd:

In bijlage I: Algemene veiligheids- en prestatie-eisen wordt de term biocompatibiliteit niet expliciet genoemd. In paragraaf 10.2 staat echter wel:

Hulpmiddelen moeten zodanig zijn ontworpen, vervaardigd en verpakt dat het risico dat contaminanten en residuen vormen voor de patiënt, gelet op het beoogde doeleind van het hulpmiddel, en voor degenen die bij het vervoer, de opslag en het gebruik van de hulpmiddelen betrokken zijn, tot een minimum wordt beperkt. Er moet in het bijzonder aandacht worden besteed aan weefsels die aan deze contaminanten en residuen worden blootgesteld, en aan de duur en de frequentie van de blootstelling.

In bijlage II: Technische documentatie paragraaf 6.1.b vereist de MDR dat fabrikanten informatie over alle tests documenteren, inclusief het

gedetailleerde informatie over het testontwerp, de volledige test- of studieprotocollen, de methoden voor gegevensanalyse, alsook de samenvattingen van de gegevens en de testconclusies met betrekking tot in het bijzonder:
— de biocompatibiliteit van het hulpmiddel waaronder de vaststelling van alle materialen waarmee de patiënt of gebruiker direct of indirect in aanraking komt;
— de fysische, chemische en microbiologische karakterisering; …

De MDR, bijlage II, paragraaf 6.1.b bevat ook voorschriften voor het geval dat de fabrikant geen tests uitvoert:

Indien geen nieuwe tests zijn uitgevoerd, dient in de documentatie de onderbouwing daarvan te zijn vermeld. Een voorbeeld van die onderbouwing zou kunnen zijn dat biocompatibiliteitstests op identieke materialen zijn uitgevoerd toen deze materialen werden verwerkt in een vroegere versie van het hulpmiddel die rechtmatig in de handel is gebracht of in gebruik is genomen;

Aangemelde instanties moeten de processen van een fabrikant controleren die zijn ontworpen om ervoor te zorgen dat de fabrikant de meest recente wetenschappelijke kennis gebruikt, ook met betrekking tot de biocompatibiliteit van materialen. De meeste fabrikanten van medische hulpmiddelen gebruiken ISO 10993-1 als richtlijn voor het vaststellen van biocompatibiliteit. ISO 10993 stelt dat biocompatibiliteit kan worden aangetoond door middel van biologische testen. De norm specificeert eindpunten die nodig zijn voor de evaluatie van biologische veiligheid.

De norm beschrijft eindpunten in Tabel A.1 in Bijlage A. Aangemelde instanties willen bijna altijd resultaten zien van tests voor de eindpunten die in de tabel worden vermeld. Of in ieder geval een reden waarom deze tests zijn weggelaten/vervangen. Deze selectie van eindpunten is echter beschreven in het niet-normatieve deel van de norm en stemt niet volledig overeen met de normatieve specificaties. Sommige fabrikanten beweren op basis van deze tabel dat cytotoxiciteitstests voldoende zijn om de biologische veiligheid te garanderen of dat hulpmiddelen met zeer kort huid- of slijmvliescontact als niet-kritisch mogen worden beschouwd. Geen van beide meningen is juist en ze voldoen niet aan de hierboven beschreven MDR-vereisten. Volgens ISO 10993-1 (2018), Figuur 1 en ISO 10993-2 moeten materiaalkarakterisering worden uitgevoerd. De tabel moet dus niet zonder enige verantwoording worden gevolgd. Een risico gebaseerde analyse van reeds beschikbare gegevens moet de noodzaak voor aanvullend onderzoek aantonen.

Fabrikanten verzamelen allereerst alle beschikbare informatie over materiaalkarakterisering en biocompatibiliteit, bijvoorbeeld:

  • Materiaalgegevensbladen en certificaten van alle stof- en materiaalsoorten, zoals additieven, weekmakers en kleurstoffen, en niet alleen de hoofdbestanddelen
  • Voorlopers van het hulpmiddelen (geschiedenis)
  • Gelijkwaardige of vergelijkbare hulpmiddelen

Door het gebruik van hoogwaardige grondstoffen kunnen vanaf het begin veel problemen worden voorkomen. Er kunnen bijvoorbeeld meer dan 200 verschillende extraheerbare stoffen zijn als polyurethaan (PUR) van slechte kwaliteit wordt gebruikt. Als daarentegen PUR van medische kwaliteit wordt gebruikt, mogen er geen uitloogbare stoffen zijn .

Fabrikanten moeten kritisch de betrouwbaarheid van de beschikbare informatie beoordelen en bijvoorbeeld de volgende aspecten verduidelijken:

  • Testmethoden en parameters
  • Producten en grondstoffen die zijn gebruikt om de resultaten te verkrijgen
  • Overdraagbaarheid van de resultaten op het huidige ontwerp

ISO 10993 maakt duidelijk dat fabrikanten de biologische veiligheid gedurende de gehele levenscyclus van een medisch hulpmiddel moeten waarborgen. Dat betekent dat alle omstandigheden gedurende de vervaardiging en het gebruik moeten worden geëvalueerd, waaronder:

  • Productiemiddelen en procesparameters
  • Beoogd gebruik van het hulpmiddel
  • Effecten als gevolg van reinigingsmiddelresten, productieresten, sterilisatie, verharding van de lijm, verdamping van oplosmiddelen, effecten door graveren, bedrukken, materiaalonzuiverheden door extrusie, onvoldoende polymerisatie, verpakkingscomponenten
  • Interacties tussen de verschillende materialen waaruit het hulpmiddel bestaat of met materialen waarmee het hulpmiddel tijdens gebruik mee in contact komt;
  • Veranderingen in de materialen tijdens de levenscyclus van het hulpmiddel.

Beschikbare informatie levert zelden alle informatie betreffende alle omstandigheden, wat leidt tot hiaten in de argumentatie. Met andere woorden, bovengenoemde gegevens zijn in de meeste gevallen onvoldoende om biocompatibiliteit volledig aan te tonen. Aanvullende biocompatibiliteitstesten zijn dan noodzakelijk. Maar door vooraf een risico gebaseerde evaluatie uit te voeren van reeds beschikbare informatie, kan de hoeveelheid onderzoek tot een minimum worden beperkt. Dit bespaart kosten. Regelgeving vereist daarnaast ook dat onnodig uitvoeren van dierexperimenteel onderzoek moet worden vermeden.

Er is veel ervaring voor nodig om een grens te kunnen stellen waarboven een materiaal niet als verdraagbaar kan worden beschouwd. Deze limiet is natuurlijk ook afhankelijk van de medische voordelen van het hulpmiddel. De meeste medische hulpmiddelen geven geen abnormale resultaten met betrekking tot toxiciteit en biocompatibiliteit. Voor hulpmiddelen met afwijkende resultaten kan echter worden gesteld dat in veel gevallen de afwijkingen kunnen worden verholpen door eenvoudige ontwerpaanpassingen of dat ze na een baten-risicoanalyse kunnen worden geaccepteerd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: